U weet inmiddels dat de fractie van GroenLinks kritisch is op alle uitbreidingen van stedelijke bebouwing en industriegebieden in het buitengebied. Wij menen dat dat, áls daarvan al sprake kan zijn, zeer zorgvuldig moet gebeuren. Om die reden volgen wij de mogelijke uitbreiding van het bedrijf Rodenburg in de Boswachterij Dorst/Duiventoren steeds intensiever en hebben wij reeds kennis genomen van de zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dat in die uitbreiding moet voorzien. In dat kader hebben wij inmiddels ook kennisgenomen van provinciale stukken.
De kennis die wij tot nu toe opdoen uit de voorhanden zijnde stukken stellen ons op dit moment niet gerust.
Om die reden stellen wij uw college - met het oog op de behandeling van de Rodenburgplannen in een der komende raadsvergaderingen - overeenkomstig artikel 39 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad, de volgende vragen:
- De provincie Noord-Brabant en uw college hebben vanaf het begin van de procedures om te komen tot uitbreiding van Rodenburg bij het bedrijf de eis op tafel gelegd dat de financiële afspraken vastgelegd dienen te zijn in een anterieure overeenkomst. Is die anterieure overeenkomst gesloten voordat u het positieve principebesluit rond dit bestemmingplan nam (zomervakantie 2021) c.q. voordat u het bestemmingplan ter visie legde? Als er een dergelijke overeenkomst is vastgelegd: kunt en wilt u die overleggen? Zo nee, waarom bent u in tegenspraak met klaarblijkelijke eerdere afspraken zonder anterieure overeenkomst toch akkoord gegaan met de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan?
- Op 6 mei heeft Rodenburg haar subsidieverzoek richting gemeenten en provincie ingetrokken met betrekking tot de Regiodeals, MKB plus en het Provinciaal ontwikkelbedrijf. Ook ziet Rodenburg af van het verzoek om garantstelling van de gemeenten Breda en Oosterhout die voor €150.000 garant zou moeten staan. Wat is volgens het college de reden dat Rodenburg afziet van haar subsidieaanvragen? Vervolgens verzoekt, zo blijkt uit het verslag van een ambtelijk overleg, Rodenburg aan de gemeente Oosterhout de gevraagde 150.000 euro via het ‘kostenverhaal’ bij te dragen. Klopt dit en op welke manier is dit vastgelegd?
- Een belangrijk element van het project Rodenburg is het beoogde kennisinstituut. Rodenburg is gevraagd de ideeën over het campusgedeelte van het plan verder uit te werken. Op 17 april 2021 was dat nog niet gebeurd. Klopt het dat er voor de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan op dit punt, de zogenaamde governancestructuur, nog steeds geen afspraken zijn gemaakt? Kunt u aangeven wat de stand van zaken is rond de afspraken over de Governancestructuur van de voorgenomen campus/het kennisinstituut?
- Een probleem in het ontwerpbestemmingsplan is de borging van het type bedrijven dat zich op de beoogde percelen kan vestigen. Dit probleem werd al in 2018 aangekaart en is nog steeds niet opgelost. In ambtelijk overleg is aangegeven – zo blijkt ons eveneens uit provinciale bescheiden - dat in het planologisch traject deze borging ook niet mogelijk is. Zo zou er verwarring bestaan over de begrippen ‘biobased’ en ‘circulair’ waardoor ook niet gewenste bedrijven als een sloopbedrijf er zich zouden kunnen vestigen. In dat kader is het vreemd dat beoogde partners steeds veranderen. Wat is de stand van zaken rond de borging op dit moment? Met welke partners (clustervorming) zijn er afspraken en hoe zijn die vastgelegd?
- In aanvulling op de planologische borging wordt in 2019 vastgesteld dat er een heldere bestuurlijke afspraak over de borging moet komen. Wat zijn die bestuurlijke afspraken en hoe zijn die in aanvulling op het ontwerpbestemmingsplan vastgelegd (toekomstige uitbreiding, type bedrijven, e.d.)?
- Ook is onvoldoende geborgd dat het bedrijventerrein niet doorverkocht kan worden aan andere spelers. Wat is uw visie over deze borging en welke afspraken zijn er vastgelegd in aanvulling op de planologische afspraken?
- Regionale instemming met de ontwikkeling is afhankelijk van de vraag of er vraaggericht wordt ontwikkeld. In hoeverre is hier nog sprake van gezien steeds wisselende (beoogde) partners?
- In de oorspronkelijke plannen is sprake van een energiehub. In dat kader wordt door TNO een onderzoek gestart naar de mogelijkheid van de vestiging van 3 tot 8 windmolens. Wat is de stand van zaken rond de energiehub?
- Wat is uw reactie op de kritische opmerking van de provincie over de zogenaamde laddertoets? De provincie stelt vast dat de herbegrenzing van niet stedelijk naar stedelijk gebied strijdig is met provinciaal beleid, onder andere met de Verordening ruimte: ten aanzien van de nee, tenzij gebieden en de ja, mits-GHS gebieden. In hoeverre moet dat uw inziens leiden tot aanpassingen c.q. aanvullend onderzoek?
- Wat is de stand van zaken rond de herbegrenzingsprocedure? Heeft er nog bestuurlijk c.q. ambtelijk overleg plaatsgevonden? Wat is de stand van zaken en de tijdsplanning daarvan?
- Kunt u aangeven wat volgens u de verwachtingen rond de tijdsplanning van het bestemmingsplan zullen zijn?